Categorieën
De straotpraotverhalen

Tijd om de bloemen buiten te zetten

Home » Straotpraot laatste nieuws » Tijd om de bloemen buiten te zetten

Het voelt als vakantie, wonen in de Achterhoek.

Voor mij geen koffers om in te pakken, hier is genoeg te ontdekken.  Het is namelijk pas acht weken geleden dat ik verhuisd ben en de Randstad achter me liet. Jaren woonde ik daar met liefde en zette me met hart-en-ziel in voor de buurt. Als ik u  vertel dat mijn wijk recentelijk op de televisie in het nieuws kwam, (vanwege de vernieling van een tiental huizen en auto’s door zwaar vuurwerk, en dat midden in de zomer), dan weet u genoeg. De verstedelijking heb ik achter me gelaten en begin ik als ‘import’ aan een avontuur welke de Gelderse Achterhoek heet.

Word ik hier geaccepteerd? Best spannend in je uppie, als je mijn katten niet meetelt. Open opstellen, geef ik mezelf als advies en wees nieuwsgierig naar de omgeving. “Kannie leg op ’t kerkhof, Wilnie leg d’r naost”, staat in mijn boek ‘Achterhoeks voor beginners’. Tot nu toe heb ik al zoveel vriendelijke mensen ontmoet. En lekker direct. Wat ik waardeer. Weet ik dat Wehl een eigen vlag heeft, een gemoedelijke plek is en heeft het met een fijn zwembad mijn hart al veroverd.
 
Wie ik ben? Laat ik mij in navolging van het goede noaburschap eens voorstellen. Als vreemde eend in uw wijkflyer. Ik heet Claudia(-Anna). Misschien zijn we elkaar al tegengekomen in de Work-Shop-Studio van Wehl of aan de tafel van Stichting Hartendekens. Waar ze troostdekens haken voor kinderen die het moeilijk hebben. Of heeft u me voorbij zien fietsen op mijn driewielfiets? Zijn we gestopt om met elkaar te praten op straat. Een moment van aandacht om te luisteren naar elkaar. Dat doe ik graag en die Straotpraot schrijf ik soms op om met u te delen.

Tijd om de bloemen buiten te zetten.

………..Vandaag ben ik weer onderweg en ga ik bij de kerk de Beekseweg uit en fiets de Keppelseweg in. Halverwege de straat zit er een net geklede dame geknield – op een rubberen mat op straat – voor haar huis. Naast haar ligt een stapel stoeptegels, staan er een paar vrolijk bloeiende planten en tweetal ijzeren rekken. Als ik stop kijkt ze me lachend aan en houdt het plantenschepje in haar hand omhoog.

‘Gaat u de boel wat opfleuren? Spreek ik haar aan. En meteen daar achteraan, ‘ik hoop dat het oké is dat ik u aanspreek? Want ik wil vooral niet te opdringerig zijn’. Weer lacht ze vriendelijk.
Gelukkig denk ik, het valt het in goede aarde. ‘Ik maak het wat groener, zegt ze. Hard nodig. Je hebt weinig nodig’. ‘Klopt, beaam ik, één tegel eruit kan een verschil maken. Het koelt de omgeving in de bebouwde kom af. Hard nodig met die hittepieken’.  ‘Ja, zegt ze en de insecten zijn er blij mee’. We praten nog even door, of mensen doorgaans weten dat je op de openbare weg, zonder toestemming van de gemeente één tegel mag weghalen om daar een geveltuin van te maken? Mits het maar niet te breed is. ‘Vind u het goed als ik een foto maak, vraag ik? (Ik hoop dat nu niet te ver ga, gelukkig is er weer die Achterhoekse vriendelijkheid). ‘Ja, goed’. ‘Bedankt zeg ik, nu laat ik u, anders komt het niet af.

Als ik wegfiets gaat het door me heen: volgens mij houden ze hier wel van een feestje en kunnen ze hier aardig de bloemen buiten zetten.