Een middag Straotpraot

Een middag Straotpraot

6 januari 2018 De Verhalen nieuws 0
Home » Een middag Straotpraot
Het is maandagmorgen en het waait behoorlijk. De straat ligt bezaaid met gekleurde boombladeren. De plastic vlaggetjes, opgehangen tussen de vuilnisbak en de bushalte, dansen vrolijk in de wind.
Het bord: ‘heb je zin in een bakkie koffie? , blijft net staan. Daarnaast een klaptafel, een kan koffie met een koekje. Dit is een soort van vaste opstelling voor Straotpraot. Vandaag ben ik niet alleen en word ik vergezeld door een jonge bevlogen studente. Ze volgt de opleiding Social Work van de Hogeschool en is nieuwsgierig.  

‘Straotpraoten betekent wachten’, zeg ik, geduldig zijn tot er iemand naar je toekomt’. Wat tijd geeft om eens goed rond te kijken. Voor ons is de kruising vernieuwd, aangezien er met enige regelmaat ongelukken gebeurde. Met name tussen fietsers en auto’s. Er is nu een aparte rijstrook gemaakt. Een verbetering.  Over de bankjes is minder nagedacht. Ze zijn verplaatst en staan nu midden in het gras van de hondenpoepzone.   
 
Half uur
Het durft een half uur voordat de eerste voorbijganger ons aanspreekt. Het is een man van middelbare leeftijd op de fiets. Hij glimlacht. ‘Ik hoef geen koffie, maar ik vroeg me wel af wat jullie hier doen? ‘.
Een kwartier later zijn we nog steeds in gesprek, ondanks de aanzwellende wind waardoor we bijna schreeuwen. De man is een gepensioneerde wiskundeleraar. Nu zet hij één dag per week zijn garagedeur open en zamelt oud papier in voor een goed doel. En helpt hij bij een buurtkerk met een inloophuiskamer, waar hij oude laptops opknapt en computerproblemen verhelpt voor mensen met een klein budget.
‘Ik heb niets met Facebook, blijf er zover mogelijk van weg, ondanks mijn interesse in computers. Ik maak liever echt contact. Ik woon in de Lessepbuurt in een gerenoveerde woning van Mitros. Met veel plezier, mag ik wel zeggen. Al is het schandalig, dat woningen die hun geld al hebben opgebracht en ooit een huur hadden van 190 gulden, nu voor een megabedrag verhuurd worden. En merendeels verkocht. De woningbouw wilde de woningen een aantal jaar geleden zelfs slopen maar dat feestje ging lekker niet door’.
 
Bij het volgende gesprek komt een man aangelopen van een jaar of 30.
‘He leuk, wat jullie doen. Ik moet mijn bus halen anders was ik aangeschoven’.

Woningbouw
Vandaag gaat het meerdere keren over de veranderingen in de wijk door renovatie en nieuwbouw.
‘De buurt knapt op, zegt een oudere man, prettig, al begrijp ik niet dat de woningbouw zoveel woningen verkoopt. Ik woon daar’. Hij wijst schuin naar de overkant van de weg.
‘Ik kende mijn buren goed, liep vaak even bij ze aan. Ze vertrekken, woningen worden verkocht, dan komen er jongeren in. Ik snap het wel,  die werken, ik ben niet piep en niet heel oud, maar het is wel stuk stiller geworden, liever een praatje’. Dan komt de bus eraan, graait hij nog een ansichtkaart van Straotpraot mee. We zwaaien hem uit. Waardoor hij breed glimlachend wegrijdt.

Marokko
Dan komen er drie goedlachse dames in lange kledij aan. Ze blijken van origine Marokkaans uit Nador.
‘We hebben taalles Nederlands bij de bibliotheek’ . We willen beter schrijven’.
De dames zijn dikke vriendinnen.
‘We kennen elkaar al heel lang en zijn allemaal oma’.  

Pesten
Een uur later, als willen we vertrekken, komt er jongeman aangelopen van jaar of 20. Hij draagt een trainingsjack en sneakers. Hij wil graag thee.
‘Ik ga alleen niet zitten, zegt hij. ‘Ik woon in begeleid wonen, daar achter de bibliotheek. Hij deelt dat hij eerder op Kanaleneiland woonde, ‘ze pesten me daar’.
‘Ik vond dat niks’. Hier voel ik me wel fijn, ik werk bij het UW bedrijf. Klussen doen. Mijn moeder is een jaar geleden overleden, ik mis haar maar ga door, ik ben sterk’. En hij gaat rechtop staan.
‘Ik heb een kat, die is lief’. En hij laat op zijn mobiel een aantal foto’s zien van zijn kattenmaatje.
‘en kijk Ajax, mijn cluppie’.  

‘K’.
Het mooie van de straat is dat je nooit weet wie je ontmoet. Dat alles kan.
Zoals de weduwe die we drie minuten spreken en tussen neus en lippen door vertelt over haar ziekte kanker. Welke impact dit heeft voor haar en haar familie.
‘Negen van de vijftien familieleden hebben deze ziekte in enige vorm’, zegt ze. ‘Mijn man is alweer 26 jaar geleden overleden. En nu heeft mijn zoon K. Al zeggen ze dat dit wel kan genezen’.
Haar ogen worden vochtig.  
Als ze wegloopt kijken we elkaar even aan, de studente en ik. Het zegt genoeg.

Soep

Dan starten we met opruimen en horen een stem achter ons.
‘Stop, stop’. Het is een bekende buurtbewoner die we vanmorgen op de koffie hadden.
 ‘Hier lekker warme soep, net gemaakt, ik dacht het is zo fris op straat.’
Hartverwarmend.


 


Ga je ook mee?