Spring naar inhoud

Verhaal – Buurtwijs publieksprijs

Zijn ogen worden groter. Ik zie een jongeman met zwart, kortgeknipt haar die naar mij kijkt. Een mobiele telefoon in zijn rechterhand en oordopjes in zijn oren. Ik schat hem een jaar of vijfentwintig.
Ik zit hier nu een klein kwartier aan de straat. Tussen de bushalte en de vuilnisbak in, gelegen aan een drukke kruising in deze levendige wijk in Zuilen. De auto’s en brommers razen voorbij. Heel af en toe, als er een auto afremt voor de verkeersdrempel, zie ik de blikken van de inzittenden. Soms zwaait er iemand spontaan naar mij of gaat er een duim omhoog. Het zorgt voor een lach op mijn gezicht.

Dit verhaal heeft de Buurtwijs publieksprijs gewonnen. Buurtwijs is een Platform voor buurtontwikkeling.
Het is best ongewoon om hier te zitten. Wanneer zie je nu een vrouw met een klaptafel, twee kannen koffie, een driewielfiets en een groot bord met; ‘zin in koffie’? erop. Vandaag is de start van mijn project straotpraot. Ik ben behoorlijk adrem, ondanks de sociale fobie die ik ooit had, spreek ik nu wel onbekende mensen aan op straat of onderweg. Zomaar een dag of hallo. Met een achternaam als Brugman kan dat haast niet missen. Tijdens die ‘schijnbare’ prietpraat vertrouwen mensen mij van alles toe. Praten we over het weer, familie en delen zij heftiger zaken. Als eenzaamheid of angsten over de huidige dingen die gebeuren in de samenleving.
Bij de bushalte staan meerdere mensen met allemaal een mobiel in de hand.

De meesten hebben geen oog voor hun omgeving en houden hun blik gericht op de oplichtende beelden in hun hand. De jongeman die naar mij kijkt doet zijn oordopjes uit en stopt ze in de zak van zijn bomberjack.’ He, mevrouw wat doet u hier? Hij is een van de weinige die echt contact maakt.
'Wafeltje bij je koffie? ‘Nou lekker mevrouw’.
‘Ik ben op weg naar de kazerne, zegt hij, en ik woon nog bij mijn ouders en mijn zus’. Als hij doorpraat vertelt hij mij over hoe trots hij is op zijn ouders.‘Ze hebben het niet breed hoor, toch zorgen ze goed voor ons’. Over de buurt waar hij woont. En dat hij herkent dat er nog maar weinig mensen even een praatje met elkaar maken. ‘Ik doe dat zelf ook niet zo snel uit mijn eigen’.
‘Waarom niet? 'Dat weet ik niet zo goed, ik vind zo’n gesprek wel fijn’.Het is een gesprek waar ik, naast luisteren naar de ander, ook iets deel over mijzelf. Waarom ik dit ben gestart en dat ik niet meer deelneem aan het reguliere arbeidsproces.

Dan komt zijn bus er in de verte aan. Hij staat op. ‘Mag ik u een fooi te geven want u verdient hier toch niets mee?, zegt hij. Ik grijns, het buurthuis sponsort me met de koffie, zeg ik’. En dit gesprek is al van waarde’. ‘Zeker, zegt hij, ik neem een lach mee de dag in! Als de deur van de bus dichtgaat zwaait hij met de ansichtkaart van Straotpraot, die ik hem nog snel in de hand heb gedrukt. 'Gosh', gaat het door mijn hoofd, in tijden waarin we volop mogelijkheden hebben om met elkaar te communiceren is er minder contact dan ooit. Toch kan het simpel zijn.

Als iemand een naam heeft of waar je, - al is het maar even kort – mee hebt gepraat is die minder onbekend. Zo zijn we weer meer een soort van buren van elkaar. Aan het einde van de middag fiets ik naar huis. In gedachten passeren de mensen die zijn aangeschoven. De jongeman, een gesluierde dame, de vrouw die zonder sleutels de deur achter haar dicht had getrokken, de man met de drankverslaving. Stuk voor stuk mooie mensen met ieder een eigen verhaal. Zij hebben nu een naam hebben gekregen.

Ik hoop dat ze ook weer hallo, of dag zullen zeggen dan wordt het een stuk leuker in de buurt.