Spring naar inhoud

Kattenmaatje

Vertrekken
Ik wil net vertrekken en wacht nog even omdat ik zie dat er een jongeman, in een stevige pas, mijn kant oploopt. Het is een twintiger in een spijkerbroek, een eenvoudig effen T-shirt en gymschoenen. Hij stopt voor mijn kleine lage bloementafeltje en hupt daar heen en weer, van been op been, of de grond onder zijn voeten te heet is. ‘Koffie, vraag ik? ‘Nee, gatver, doe maar thee en ik wil niet zitten’. Hij pakt zelf een koekje van het tafeltje en begint meteen voluit, met zijn mond halfvol, en in een rap tempo te vertellen.

Gepest
‘Daar, woon ik bij het begeleid wonen, achter de bibliotheek’. En hij wijst naar de overkant. ‘Eerst woonde ik op Kanaleneiland. Ik werd daar gepest. Hier niet, in Zuilen voel ik me fijn. Ik werk hoor! Bij het UW-bedrijf, dat is van de gemeente. En mijn moeder is dood, één jaar al. Ik mis haar’. Heel eventjes blijft het stil. ‘Maar ja’, zegt hij, ‘ik ga door, ik ben sterk, ik heb een hele leuke kat die voor mij zorgt’. Hij pakt zijn mobiel uit zijn jaszak en laat me een aantal foto’s zien. Van zijn kattenmaatje en een foto van Ajax; ‘Da’s mijn cluppie’. Dan drinkt hij in een teug zijn thee op en verdwijnt net zo snel als hij is verschenen. Ik zie dat hij de straat oversteekt richting de bibliotheek en dat er een rode kat komt aanhollen. Hij bukt en aait het dier. Dan draait hij zich nog even terug om in mijn richting en roept vanaf de overkant, ‘tof hoor en tot ziens he!

en weg is hij, met in zijn gevolg een rode kat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *